top of page

Wat gebeurt er met wat we leren? Over professionalisering in het onderwijs

18 uur geleden
5 minuten om te lezen

De naam de Taalkoffer heb ik niet voor niets gekozen. In de loop van de jaren vul je als leerkracht je eigen onderwijskoffer. Met kennis, ervaringen, materialen en ideeën. En niet iedereen hoeft daar hetzelfde in te stoppen. Je neemt mee wat bij jou, je leerlingen en je onderwijs past.


koffer met notitieboekjes, papier en materialen

Het afgelopen jaar heb ik weer veel workshops en trainingen mogen geven. Dan zie ik zo'n koffer weer een beetje voller worden. Iemand ontdekt een werkvorm die goed bij zijn groep past. Een ander krijgt een nieuw inzicht of materiaal waar ze mee verder wil.

Maar de laatste tijd houdt een andere vraag me steeds meer bezig: Wat gebeurt er eigenlijk met al die kennis als de cursus voorbij is?

Want iets meenemen is één ding. Het daadwerkelijk gebruiken is iets anders. En als iets goed werkt, hoe zorg je er dan voor dat het niet alleen in jouw koffer blijft zitten?


Wat blijft er over?

Een tijdje geleden gaf ik op een basisschool een workshop over activerende werkvormen. Toen ik een paar weken later met de coördinator sprak, bleek dat een deel van de leerkrachten ermee aan de slag was gegaan. Anderen nog nauwelijks.


Een paar maanden later kwam de school terug. Ze wilden meer structuur en samenhang in hun taalonderwijs. Met de werkgroep taal zijn we toen eerst gaan kijken naar wat er al was. Niet meteen weer iets nieuws, maar terug naar wat eerder was gedaan. Daar kwamen heel praktische vragen uit voort:

  • Waar bewaren we materialen zodat iedereen ze terug kan vinden?

  • Hoe delen we iets wat ook voor collega's interessant is?

  • En vooral: hoe zorgen we ervoor dat we er daadwerkelijk iets mee doen?


Zo werd afgesproken om tijdens een volgende teamvergadering een werkvorm uit de eerdere workshop samen te doen. Niet erover vertellen, maar ervaren hoe hij werkt binnen de context van de eigen school. Daarna konden collega's bekijken of en waar die werkvorm in hun eigen lessen paste. Geen grote verandering. Wel een manier om ervoor te zorgen dat kennis niet ergens in een la belandt.


Wat zit er eigenlijk al in jouw koffer?

Als leerkracht verzamel je in de loop van de jaren behoorlijk wat. Je volgt een cursus, leest iets, krijgt materiaal van een collega of probeert een aanpak uit die verrassend goed werkt. Maar hoeveel daarvan deel je?


Misschien heb je het afgelopen jaar iets geleerd dat inmiddels heel gewoon is geworden in jouw lessen. Iets waarvan je merkt dat leerlingen er echt iets aan hebben.

Je hoeft geen uitgebreide presentatie voor te maken om dit met je collega's te delen. Laat het een keer zien. Doe een werkvorm samen. Deel materiaal en vertel waarom jij het gebruikt. Want als iets goed werkt, is het eigenlijk jammer wanneer alleen de leerlingen in jouw klas daarvan profiteren.


3 leraren die samenwerken aan werkvorm met kaartjes op een tafel

En wat zit er in de koffers van je team?

Voor een directeur of coördinator vind ik dezelfde vraag interessant, maar dan op schoolniveau. Bij professionalisering in het onderwijs kijken we vaak naar wat er nog nodig is. Maar wat is er eigenlijk al? Wie heeft zich de afgelopen jaren eigenlijk waarin ontwikkeld? Welke expertise hebben jullie daardoor inmiddels in huis? En waar zie je die terug? En hoe sluiten beleid en praktijk dan op elkaar aan?

Op veel scholen volgen collega's verschillende cursussen en trainingen. De een weet inmiddels veel over lezen, een ander heeft zich verdiept in meertaligheid en weer iemand anders heeft een goede scholing over woordenschat gevolgd.


Maar weet je dat ook van elkaar? En misschien nog belangrijker: wat brengt die kennis uiteindelijk de leerlingen?

Dat hoeft geen registratiesysteem te worden waarin iedere gevolgde cursus moet worden bijgehouden. Het gaat er vooral om dat kennis niet verdwijnt op persoonlijke computers of in mappen die niemand meer opent.


Voordat je nieuwe scholing plant, kan het daarom interessant zijn om eerst te kijken naar wat je als team al in huis hebt. En naar wat je al met elkaar hebt gedeeld. Daar hebben ook nieuwe collega's meteen profijt van. Ze kunnen makkelijker aansluiten bij de afspraken en werkwijzen die er al zijn, in plaats van zelf opnieuw te moeten uitzoeken wat er eerder is gedaan.


leerlingen die samenwerken tijdens een activiteit in de klas.


Kennis moet soms ook ruimte krijgen

Soms is delen alleen niet genoeg. Een idee dat in een klas ontstaat, heeft bijvoorbeeld ook ruimte op schoolniveau nodig.


Bij een ander traject werkte ik met een groep VO-docenten. Later raakte ook het MT meer betrokken. Een docent vertelde dat ze het spannend had gevonden om een voorstel te doen voor de herinrichting van de mediatheek. De directrice kende de achtergrond van haar idee al enigszins dankzij een gesprek dat we hadden gehad. Ze reageerde geïnteresseerd, dacht mee en gaf de docent het vertrouwen om het project op zich te nemen. Later vroeg ze ook nog wat zij kon doen om te helpen.


Wat begon bij een docent, kreeg zo de ruimte om verder te groeien. En uiteindelijk komen beleid en praktijk dan een stukje dichter bij elkaar.


Misschien hoeft er niet meteen iets bij

Aan het begin van een schooljaar kijken we graag vooruit. Nieuwe plannen, nieuwe doelen en vaak ook nieuwe scholing. Maar misschien is het minstens zo interessant om eerst even in die koffers te kijken.


  • Als leerkracht: Wat heb ik geleerd dat ik nu echt gebruik? En wie zou daar nog meer iets aan kunnen hebben?


  • En als directeur of coördinator: Welke kennis hebben we al in huis? Waar zien we die terug en wat merken onze leerlingen daarvan?


Misschien ontdek je dat er helemaal geen nieuwe cursus nodig is. Misschien is er vooral iets nodig om bestaande kennis beter te delen of om een afspraak van vorig jaar weer eens terug te pakken. Soms kan een team daar prima zelf mee verder. Soms helpt het als iemand van buiten meekijkt of als er aanvullende expertise nodig is. Dat kan een losse workshop zijn, maar ook een paar momenten verspreid over een langere periode.


Maar voor mij begint het steeds vaker met dezelfde vraag: Wat is er al?

Want een goed gevulde taalkoffer is waardevol. Maar uiteindelijk hebben leerlingen weinig aan kennis die in de koffer blijft zitten.


Haal er dus af en toe iets uit. Probeer het. Deel het. Kijk wat het oplevert.

En misschien hoeft die koffer dit schooljaar niet meteen verder gevuld te worden.

Misschien zit er al veel meer in dan je denkt.


Over de auteur

Bianca Versteeg is NT2/NVT-expert en oprichter van de Taalkoffer. Ze begeleidt scholen en organisaties wereldwijd bij het ontwikkelen van taalbeleid, evidence-informed taaldidactiek, leerlijnen en lesmateriaal. Met meer dan 30 jaar ervaring als leerkracht, trainer en beleidsadviseur helpt ze teams om visie en praktijk duurzaam te verbinden.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page